#5 - Op vakantie neemt gij óók op.
“Wie pakt den telefoon op?”
Vier woorden, in de Slack van haar eigen bedrijf, verstuurd vanop vakantie. Ik ken weinig berichtjes die onnozeler klinken en meer betekenen.
Even terugspoelen.
Deze founder heeft een telefooncentrale die al jaren zo staat afgesteld: belt een klant het vaste nummer en neemt er binnen de halve minuut niemand op, dan schakelt hij door naar haar gsm. Ooit handig. Alleen zegt zo’n instelling stilletjes iets over hoe heel de zaak gebouwd is: alles wat ergens blijft liggen, vindt vanzelf de weg naar de founder.
Ze zei het dit voorjaar zelf, in twee zinnen die ik allebei heb bijgehouden: “Ik zie een probleem en ik spring er gewoon op. Da’s sterker dan mezelf.” En iets stiller, even later: “En dan blijft het bij mij zitten. En dan geraakt het niet weg.”
Zo bouwt ge, zonder het ooit te beslissen, een machine die zichzelf voedt. Elke sprong lost iets op, elk opgelost probleem blijft van haar, en het team plooit zich intussen keurig rond het patroon: waarom zelf springen als de baas er toch sneller op zit? Hoe beter ze wordt in springen, hoe meer er te springen valt.
Dit voorjaar zijn we daar samen ingedoken. Wat ze vooral heeft meegenomen is één vraag, klein genoeg voor een drukke dag: zeg ik nu ja omdat het mijn reflex is, of omdat ik er echt achter sta?
En toen ging ze op vakantie. Vier dagen wandelen, veel te kort naar eigen zeggen. De doorschakeling was ze vergeten uit te zetten, dus de klanten wandelden gewoon mee. Elke keer dat die gsm zoemde, kwam haar oude leven beleefd vragen of ze nog eens wou springen.
Ik zou u graag het propere verhaal vertellen, dat waarin de telefoon heel de week zwijgt en het team geruisloos alles opvangt. Zo ging het niet. De gsm ging af, meermaals, en het frustreerde haar mateloos.
Maar ze nam niet op. Ze zette het in Slack: wie pakt er telefoon op? Ze stuurde een klantreminder door naar haar projectmanager. En ze wandelde verder.
Toen ze het mij nadien vertelde, kwam de zin die ik ter plekke heb opgeschreven:
“Ik heb op zijn minst al niet meer gekozen om die telefoons zelf op te nemen.”
Op zijn minst al. Ik vind dat het mooiste stuk van de zin. Ze is haar eigen reflex een halve stap voor, en ze weet perfect hoe half die stap nog is. Zo zien echte bewegingen eruit van dichtbij: klein, onaf, en dwars tegen de omstandigheden in.
Tegen dat ge dit leest, zit ik trouwens zelf op een kampweide, zonder laptop, na een voorbereiding alsof het een klantproject was. Springers herkennen elkaar.
Wat ge in juli kunt loslaten, is ergens in mei gebouwd.
En toen ik haar vroeg hoe dat nu voelt, dat kiezen:
“Het is nog geen reflex, maar het is een reflex in wording.”
Ruben
PS: Waar springt gij op zonder dat iemand het u vraagt? Antwoord op deze mail met uw reflex, in één zin. Ik lees ze allemaal (na het kamp, beloofd), en ge krijgt van mij de vraag terug die de pauze bij u op gang trekt.
PPS: En wilt ge de hele knoop op tafel leggen? Dan beginnen we met één eerlijk uur. Slechtste geval stapt ge buiten met die ene vraag en hoort ge nooit meer van mij. Nog altijd winst. kommodoor.be/talk

